Limburgs ‘zuurvlees’ met frieten en een salade van waterkers, appel en witloof
Benodigdheden:
Duroc d’Olives varkensstoofvlees | 1kg |
water | 50cl |
natuurazijn | 50cl |
uien in halve ringen | 4stuk(s) |
jeneverbessen | 10stuk(s) |
blaadjes laurier | 5stuk(s) |
kruidnagels | 2stuk(s) |
peperkoek | 2snede(n) |
perenstroop | 50g |
donkerbruine cassonadesuiker | 50g |
boter | 100g |
grote aardappelen | 8stuk(s) |
mayonaise | 1el |
waterkers | 2bundel(s) |
granny smith appel | 1stuk(s) |
witloof | 2stronk(en) |
peper | 1snuifje(s) |
zout | 1snuifje(s) |
Werkwijze:
Meng een dag voordien het water met de azijn en voeg er de uien, jeneverbessen, laurier en kruidnagel bij. Leg het stoofvlees in de marinade en laat het 24 uur marineren in de koelkast. Haal het vlees en de uien uit de marinade en laat ze even uitlekken. Giet de marinade door een zeef en zet ze aan de kant voor straks. Bak het vlees rondom bruin in wat boter. Haal het vlees uit de pan en doe hetzelfde met de uien. Voeg het vlees er weer bij, samen met de in blokjes gesneden peperkoek, de stroop en de suiker. Roer alles goed om en giet er marinade bij tot het vlees net onder staat. Laat dit 2 uur rustig pruttelen op een zacht vuurtje.
Snijd intussen zelf je frietjes, spoel ze, dep ze droog en bak ze een eerste keer. Kruid het stoofvlees af met peper en zout. Als je het nog te zuur vindt, kan je nog wat suiker toevoegen en even omroeren. Was de waterkers, laat ze uitlekken en leg ze in een schaal. Voeg er de fijngesneden appel en witloof bij, daarna peper en zout en wat mayonaise. Schep het vlees op de borden, schik er wat salade bij, een lepel mayonaise en de versgebakken frietjes.
Chef
Tom Cosaert, L'Hôte